Fokken met geiten

De geboorte van een geitje is een unieke belevenis die meestal zonder veel problemen gebeurt.
Het is eerder uitzonderlijk dat er een menselijke tussenkomst nodig is.
 


                Geboorte drieling Melodina van 't Mazelhof (HQ) - 1/02/2011

Na een gemiddelde draagtijd van 150 dagen worden de lammetjes geboren. Het is dus van belang
om de dekdatum ergens te noteren, er bestaan hiervoor zelfs geboortkalenders, waar je naast de
dekdatum de vermoedelijke aflammerdatum kan aflezen.

Op het moment van de naderende geboorte is het nodig om zijn dieren nog meer dan anders te observeren.
Om je dieren in perfekte conditie te houden is een goede observatie een héél belangrijk punt. Je zal al snel
merken dat een bepaalde geit niet honderd percent in orde is door haar onrustig of lusteloos gedrag, haar
vacht die niet glanst zoals normaal, de doffe glans in haar ogen enz.  Als je merkt dat de uier gevuld en
gezwollen is, en vooral wanneer hij hard aanvoelt, is het moment van de geboorte niet zo ver meer af.
De dag van de geboorten weigeren sommige dieren te eten of te drinken, ze zijn onrustig, de kling zwelt op
en je kan het samentrekkingen van de baarmoeder duidelijk zien.


Het dier zal zich afzonderen om op een rustig plekje te kunnen lammeren. Als je de geiten met meerdere in
één ruimte houdt is het dus best om het moederdier tijdelijk in een afzonderlijke ruimte of box onder te brengen.

De geboorte gebeurt soms liggend, soms staand en kan tot maximum 12 uur duren, maar 1 uur na het beginnen
van de persweeën moet je toch zeer opmerkzaam zijn en eventueeel nader onderzoek verrichten. Pas wel op
om tijdens de geboorte nooit overhaast te werk te gaan.

De geboorte gebeurt meestal zonder al te veel problemen, de geiten zijn in staat om zonder hulp van buitenaf
hun lammetjes ter wereld te brengen, maar soms zijn er moeilijkheden door abnormale liggingen van de vrucht
(vb. kop opzij of tussen de voorpoten geslagen, stuitligging, heupligging). Een verkeerde ligging van de lammetjes
komt meestal voor wanneer er meerdere lammetjes zijn.

         

        

         



Wil men bij de geit verloskundige hulp verlenen, zorg dan allereerst voor schone handen, het gebruik van zeep is
echter sterk af te raden. Hygiëne is in deze omstandigheden van het grootste belang om infecties te voorkomen.
Zorg er dus ook best voor dat je kortgeknipte nagels hebt, dit om eventuele wondjes te voorkomen, wondjes
die uiteraard ook kunnen infecteren.

Bij afwijkende ligging van kop en / of voorpootjes kan men proberen deze in de juiste ligging te brengen, maar in
veel gevallen zal dit voor de leek of voor de niet-geoefende man toch wel te moeilijk zijn. In dat geval neem je best
zo snel mogelijk contact op met je dierenarts, die zal je professionele hulp kunnen verlenen. Hij kan via een inspuiting
de hevigheid van de weeën verminderen, waardoor het eenvoudiger wordt om het lam in de juiste ligging te brengen,
zodat een normale geboorte mogelijk wordt. In zeer uitzonderlijke gevallen zal hij echter moeten overgaan tot een
keizersnede, al blijven dit gelukkig uitzonderingen.

Eerst komen de klauwtjes naar buiten, daarna het wigvormige kopje (normaal voorwaartse- of kopligging).
Op dat moment breken meestal de vruchtvliezen waardoor het vruchtwater naar buiten komt. Eenmaal het kopje
buiten volgt de rest van het lam heel snel. Dit moet ook zo zijn want de ademhaling van het lam begint binnen een
paar minuten na het breken van de navelstreng.

De moeder wil het lam dadelijk aflikken. Daardoor zal het lam niet afkoelen, en daarenboven is het een stimulatie
die de bloedsomloop van het lam ten goede komt. Tevens brengt de moeder op die manier haar eigen geur aan op
het lam, zodat ze het later zal kunnen herkennen. Meestal wil het moederdier de nageboorte opeten, dit is echter niet
aan te raden omdat ze daar soms diarree zullen van krijgen. Je moet er wel op toekijken dat de moederkoek mee
afgekomen is, anders gaat deze afsterven en kan dit gaan ontsteken (in dat geval moet je binnen de 24 - 48 uur
behandelen via een uterusspoeling of een nageboortepil. 

Terug naar ons pasgeboren lammetje : de vruchtvliezen mogen niet over het kopje blijven zitten. Indien dit toch het
geval is mag je die snel doorbreken want anders kan het lam niet ademen en zou het zelfs vruchtwater kunnen
inademen. Controleer het bekje ook op slijm en geef eventueel een beetje zout waardoor het slijm gaat oplossen.

Spoedig zal het lammetje gaan staan en gaat het op zoek naar de uier en de tepels van de moeder om melk te kunnen
drinken. De eerste melk wordt 'biest' genaamd, deze biest bevat antistoffen die eigen aan de stal zijn en geeft de
lammetjes een eerste duw in de rug. Het is dus héél belangrijk dat de lammetjes deze biest te drinken krijgen, je mag
de melk van een geit die pas gelammerd heeft trouwens de eerste paar dagen toch niet voor consumptie gebruiken. 

Door de biest beginnen de spijsverteringsorganen te werken en wordt het darmpek afgedreven. Kontroleer wel beide
tepels van het moederdier, ga na of de tepelopening niet verstopt is, anders zullen de lammetjes geen melk krijgen !

Bij moederloze opfok (in het kader van CAE-bestrijding) moet het lam in een kom opgevangen worden en direct van
de moeder verwijderd worden (ze mag haar lam niet schoonlikken, je moet het dus zelf goed droogwrijven).
Uiteraard hebeen deze lammetjes ook biestmelk nodig, maar die moet dan van een koe zijn, maar wel van een bedrijf
dat vrij is van para-TBC (of eventueel kunstbiestmelk). De opfok van deze lammetjes gebeurt dan uitsluitend met kunstmelk.

Het is belangrijk om de navels van de lammetjes goed te ontsmetten (vb. met creoline). Het is niet uitgesloten dat een
bacterie langs de navel bij het lammetje naar binnen komt, waardoor er gewrichtsontstekingen kunnen ontstaan.

Tijdens de eerste 2 dagen wordt er een hechte band tussen moeder en lam gesmeed, daarna is het zeer moeilijk om de
lammetjes eventueel door een andere geit te laten accepteren.

Je kan natuurlijk ook de lammetjes afzonderlijk opfokken. Dan breng je ze in een tochtvrije ruimte onder met een flinke
laag stro als bodembedekker en met een temperatuur van rond de 15 ° C. Het beste kan men de lammetjes dan uit een
schaaltje leren drinken, enige volharding is soms nodig maar het lam zal toch vrij snel zelfstandig beginnen drinken.

De eerste dagen moet je ze op een droog, warm plekje houden zodat ze geen kou kunnen vatten. Later zijn ze minder
vatbaar doordat ze meer weerstand opgebouwd hebben. Al spoedig kunnen ze zich in een grotere ruimte bewegen en
bij mooi weer mogen ze naar buiten.