De witte melkgeit

         
 
Celle van 't Mazelhof                        James van 't Mazelhof                        Marijke 104

De oorsprong van de geit ligt bij de bezoargeit die ongeveer 9000 jaar geleden in Klein-Azië
gedomesticeerd werd. 300 jaar geleden begon in Zwitserland de selectie van de moderne melkgeit.

In hun oorspronkelijke, droge leefgebieden werden huisgeiten hoofdzakelijk voor het vlees en de
huiden gehouden. In Europa ontdekte men dat de geit in staat is grote hoeveelheiden melk te
produceren. De selectieve fok van dieren met de hoogste melkproductie en de langste lactatietijd
resulteerde in de bekendste van alle moderne geitenrassen : de Saanengeit.

De Saanengeit werd naar de rivier de Saane genoemd. Deze rivier stroomt door de kantons Freiburg
en Bern aan de Duits-Franse taalgrens in Zwitserland.

De eerder schrale, magere geitjes die we in onze streken kenden werden ingekruist met deze Zwitserse
geiten, wat leidde tot de prachtige, hoogproductieve witte melkgeiten zoals we ze nu kennen.

Standaard van het Wit Geitenras

(erkend door het Nationaal Verbond van Geiten- en Melkschapenfokkers vzw)

1. Algemeen voorkomen
 

Type Lammeren : middenhand zoveel mogelijk wigvormig tot balkvormig. Strakke buikbespiering.
Overjarige geiten : middenhand wigvormig.
Overjarige Bokken : balkvormige middenhand.
Haar voorkomen is iets hoekig.
Haar vormen zijn gracieus, haar gestalte is slank en het geheel geeft de indruk van fijnheid.
De bewegingen zijn krachtig
Gestalte Geiten : op 18 maanden minimum 70 cm
Bokken : op 18 maanden minimum 85 cm
Beharing De beharing is eenvormig wit. Het haar is kort. Bij de bok borstharen en rugkam toegestaan.

2. Beschrijving van de kenmerkende onderdelen
 

Kop De kop is fijn gesneden bij de geit.
Iets grover bij de bok. De onderkaak is goed ontwikkeld.
Oren De oren zijn tamelijk lang en weinig behaard. De toppen ervan zijn iets breder dan de inplantingspunten.
Hals De hals met of zonder lelletjes is van midelmatige lengte en ontwikkeling.
De bovenkant is recht en tamelijk, van voren naar achter, afhellend.
Ruglijn De ruglijn is recht, strak en horizontaal vanaf de schoft tot aan het begin van het kruis.
De rug is breed over de gehele lengte.
Schouders De schouder is goed gespierd en goed aangesloten.
Borst De borst is breed, diep met een niet vooruitspringend borstbeen. De ribben zijn goed gewelfd.
Buik De buik is ruim, flink bespierd. Bij de bok is de buik cylindervormig.
De buiklijn loopt evenwijdig met de ruglijn.
Bij de geit verloopt de ruglijn van voren naar achteren toe wigvormig met de ruglijn.
Kruis Het kruis is breed, niet dakvormig en lichtjes afhellend.
Uier De uier is vooraan en achteraan goed aangehecht. De uier is breed. De spenen zijn goed ontwikkeld en staan vertikaal op de uier ingeplant. De uier is symmetrisch van vorm.
Ledematen De benen zijn sterk, fijn, droog, in verhouding met het lichaam.
De klauwtjes zijn klein en gesloten. De koten zijn kort.
Beenstand De achterpoten bewegen zich in hetzelfde vlak als de voorpoten.

3. Fouten
 

FOUTEN

LICHTE

ZWARE

UITSLUITING

Type

Lammeren :
Overdreven wigvorm in de middenhand
Overjarige dieren :
Geiten : te balkvormig, contra-wigvorm
Bokken : wigvormige middenhand

Gestalte

Tussen 65 en 70 cm
(geiten)
Tussen 80 en 85 cm
(bokken)

Minder dan 65 cm (geiten)
Minder dan 80 cm (bokken)

Beharing

Roomkleurige beharing

Lange beharing, beharing
uier (geiten)
Lange beharing over het
gehele lichaam
(bokken). Zwarte vlek(ken).

Kop

Grove kop bij de geit.
Asymmetrische hoornstand
bij niet onthoornde dieren

Zeer grove kop bij de geit.
Ramskop.
De vrouwelijke kop bij de
bok

Varkensbek
Snoekbek

Oren

Dikke oren, afhangende oren (+/- gespreid)

Afhangende oren.
Muizenoren.

Rug

Zwakke rug

Karperrug. Zeer zwakke rug.

Schouders

Losse schouders

Zeer losse schouders

Borst

Onvoldoende ontwikkeling
van de borst op 18 maand.
Zeer vlakke ribben
Kippeborst

Kruis

Dakvormig kruis.
Te kort kruis.
Afhellend kruis.

Smal kruis.
Sterk afhellend kruis.

Uier

Gespleten uier.
Te weinig vooruier.
Te weinig achteruier.
Te veel achteruier.

Doorgezakte uier.
Zwaar asymmetrische uier.
Vleesuier.

Bijspenen
Melkverlies
Bok : uiervorming met
spenen vanmeer dan
5 cm.

Spenen

In verschillende richtingen geörienteerd.
Het onderste deel van de
spenen komt lager dan de
hakken op de leeftijd van
18 maand

Spenen met dubbel
kanaal.

Scrotum

Te weinig ontwikkelde teelballen.
Zeer ongelijke teel-
ballen.
Een enkele ontwikkelde
teelbal.
Ontbrekende teelballen.

Beenstand

Lichte koehakkigheid.
Franse stand.
Gespreide tenen.

Ernstige koehakkigheid. Sabelbenigheid.
Ernstig doorgezakte koten.

Staart

Scheve staart.
Gebroken staart.

Pigmentatie

Op de neushuid en de oren
Zwarte pigmentatie van de
uier.

Conditie

Gebrek aan conditie.
Overconditie.

Totaal gebrek aan conditie.